Let op: Wel aansprakelijk voor hypotheek maar geen eigenaar woning

De gebruikelijke gang van zaken is dat partners samen een woning kopen en daardoor ook samen eigenaar van de woning worden. Zij sluiten zij vaak samen een lening af om de koop van de woning te financieren en worden dan ook samen schuldenaar.

Hoofdelijk aansprakelijk
De bank zal bij een hypotheek van beide partners eisen dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dat wil zeggen dat beide partners voor de terugbetaling van de volledige hypotheekschuld door de bank aangesproken kunnen worden. Wanneer de ene partner de volledige schuld aflost, moet deze partner maar zien dat hij het deel van de andere partner op die partner verhaalt.

De bank kan beide partners voor de volledige schuld aanspreken en zal daarvoor die partner kiezen die het meest vermogend is. Bijvoorbeeld omdat de ene partner een goed betaalde baan heeft of eigen vermogen uit een erfenis heeft verkregen. De bank mag ook bij de ene partner een groter deel van de schuld innen dan bij de andere partner.

Geen eigenaar maar wel schuldenaar
In de rechtspraak komt de volgende situatie regelmatig voor: man en vrouw gaan samenwonen, maar de woning is en blijft volledig eigendom van de man. Besloten wordt om de bestaande hypotheek over te sluiten. Zowel man als vrouw gaan de hypotheek aan en worden beide hoofdelijk aansprakelijk. Vervolgens komt er na enige tijd een einde aan de relatie. De woning wordt verkocht maar de opbrengst daarvan is minder dan de hypotheekschuld. De man verdwijnt met de Noorderzon. De achterblijvende vrouw heeft geen woning meer, maar is voor de restschuld volledig aansprakelijk. Dat zijn trieste situaties!

Geen eigenaar dan ook geen schuldenaar
In zijn algemeenheid zijn wij van oordeel dat wanneer iemand geen (mede-)eigenaar van een woning is, in beginsel hij of zij ook geen hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van een hypotheek moet accepteren. Krijgt u toch met een dergelijke situatie te maken vraag dan uitgebreid advies van een notaris of advocaat. Uiteraard mag u ook met ons hierover van gedachten wisselen.

Betalen over spaargeld?

Hier en daar duiken berichten op dat banken overwegen om klanten geen rente meer te geven over spaargeld, maar hiervoor een vergoeding te vragen.

Rente is laag
We vertellen niets nieuws wanneer we stellen dat de rente over spaargeld op dit moment historisch laag is. De vergoeding die u op dit moment over spaargeld ontvangt, is minder dan de inflatie. Daarnaast gaat de overheid ervan uit dat u een bepaald rendement over uw spaargeld behaalt. Hierbij kijkt men niet naar het werkelijke rendement, maar naar het rendement dat de overheid aanneemt dat u zou kunnen behalen. Over dit fictieve rendement wordt dan 30% inkomstenbelasting geheven. Een vast bedrag van uw vermogen (uw bezittingen min uw schulden) is vrijgesteld van belasting. In 2019 bedraagt deze vrijstelling voor een alleenstaande 30.360 euro en voor iemand met een fiscale partner 60.720 euro.

De werkelijkheid is echter dat het werkelijke rendement dat u behaalt over spaargeld veel lager is dan het door de belastingdienst aangenomen fictieve rendement. Samen met de inflatie leidt dit feitelijk ertoe dat de koopkracht van uw spaargeld jaarlijks daalt in plaats van stijgt.

Banken aarzelen
Banken ondervinden ook de gevolgen van de lage rente. Elke bank moet beschikken over een aanzienlijk bedrag aan direct opneembaar geld. Daarbij gaat het om vele miljarden. Dit geld stallen ze van dag tot dag bij de Europese Centrale Bank. Hierover moeten banken een rentevergoeding betalen!

Banken aarzelen daarom of zij spaarders nog rente moeten betalen waar de banken zelf, wanneer ze dit geld niet direct kunnen uitlenen, voor dit spaargeld moeten betalen!

Hier en daar komen nu geluiden die aangeven dat banken overwegen om klanten een vergoeding te vragen indien mensen spaargeld bij de bank stallen.

Of het zover komt is nog maar te bezien. Te voorspellen is dat de consument hier heel negatief op gaat reageren. Maar wat als toch tot een dergelijke maatregel wordt overgegaan?

In de brandkast?
Te voorspellen is dat de leveranciers van brandkasten dan mooie tijden gaan meemaken. Wij denken dat een aanzienlijk aantal Nederlanders niet wil betalen om hun spaargeld bij een bank te mogen onderbrengen. In reactie hierop zal een aantal mensen hun spaargeld opnemen en “thuis bewaren”.

Wij denken dat dit niet verstandig is. Het risico dat het geld verloren gaat is dan groot. Denk aan diefstal maar ook aan brand. Vrijwel alle inboedelverzekeringen vergoeden bij inbraak of brand maar een beperkt bedrag voor verlies aan contant geld.

Wij helpen u graag met goede keuzen
Het is altijd verstandig om wat spaargeld “achter de hand” te hebben voor calamiteiten. Heeft u echter structureel reserves voor de langere termijn, dan kan het verstandig zijn om naar alternatieven te kijken. Voor de een kan het voordelig zijn om een extra aflossing te doen op de hypotheekschuld, voor de ander kan het aantrekkelijker zijn om een bepaald bedrag op een veilige manier te beleggen. Voor weer een ander kan het aantrekkelijk zijn om een deel van de hypotheek die de eigen kinderen afsluiten te financieren.

Zo zijn er nog veel meer opties om buiten sparen toch een rendement te behalen over uw spaargeld. Maar het bewaren van geld bij u thuis raden wij u af.

Wilt u eens met ons van gedachten wisselen over de alternatieven die voor u passend zijn, dan kan dat. Wanneer u contact met ons opneemt, maken wij graag een afspraak.

Niet dragen autogordel kan ook gevolgen hebben voor uitkering schade

In dit artikel behandelen wij dat het wel of niet dragen van een autogordel ook gevolgen kan hebben voor de schadevergoeding die het slachtoffer ontvangt indien een ander verantwoordelijk is voor het verkeersongeval.

Autogordel verplicht
In de wet is de hoofdregel dat iedereen die in een auto zit een autogordel moet dragen. Dus zowel de mensen die voorin zitten als achterin. Kinderen kleiner dan 1,35 moeten vervoerd worden in een kinderautostoeltje. De boete voor het niet dragen van een autogordel bedraagt 140 euro.

Personenauto’s van voor 1971 hoeven geen autogordels te hebben. Ook kunnen sommige bestuurders een vrijstelling vragen, zoals mensen met een handicap of medewerkers van een bezorgdienst. Voor taxichauffeurs geldt een algemene vrijstelling op het moment dat zij passagiers vervoeren (dit weer uitgezonderd bij contractvervoer, bijvoorbeeld iedere dag kinderen naar school brengen).

Gordels beperken risico
De verplichting tot het dragen van autogordels is nu juist ingevoerd nadat aangetoond was dat het dragen van een autogordel de gevolgen van een aanrijding voor de passagiers belangrijk vermindert. Vanuit dat perspectief bezien is het eigenlijk raar dat het gebruik van gordels bij wet afgedwongen moet worden.

De recente cijfers laten zien dat het wel of niet dragen van autogordels sterk van invloed is op het aantal verkeersongelukken met dodelijke afloop. Aangenomen mag worden dat het niet dragen van een autogordel ook meer kans geeft op ernstig letsel.

Civiele gevolgen
Het wel of niet dragen van een gordel kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de schade die degene moet betalen die verantwoordelijk is voor het verkeersongeval. Stel dat u als automobilist wordt aangereden door iemand die u geen voorrang gaf terwijl u op een voorrangsweg reed. Door het ongeval raakt u invalide. Naast het leed is ook de financiële schade groot. Wellicht moet uw woning worden aangepast, heeft uw letsel gevolgen voor uw werk en inkomen, etc. In beginsel is de automobilist die u geen voorrang gaf voor al deze schade aansprakelijk.

Indien echter blijkt dat u tijdens het ongeval geen autogordel droeg, dan kan de rechter uitspreken dat een deel van de schade “uw eigen schuld is”. In het algemeen zal in dat geval de aansprakelijke partij 25% minder hoeven uit te keren aan het slachtoffer. Dit heet in het jargon “gordelkorting”.

Er zijn dus heel veel redenen om bij het rijden in een auto “gewoon” standaard de autogordel om te doen. De belangrijkste reden is natuurlijk omdat u daarmee de kans op ernstig letsel of zelfs overlijden sterk kunt beperken.

Schade als gevolg van terrorisme

In dit artikel vertellen wij u in het kort welk beleid Nederlandse verzekeringsmaatschappijen hanteren bij schade als gevolg van een daad van terrorisme.

Schade kan (te) groot zijn
Na de aanslagen op het World Trade Center in New York in 2001 is het besef gekomen dat een daad van terrorisme een zo grote schade kan veroorzaken dat deze de draagkracht van een verzekeringsmaatschappij te boven gaat. Vrijwel alle verzekeringsmaatschappijen in Nederland hebben in reactie hierop in hun polisvoorwaarden bepaald dat schade die het gevolg is van een daad van terrorisme niet wordt vergoed. Tegelijkertijd is er wel een initiatief genomen om slachtoffers van terrorisme niet in de kou te laten staan.

Kosten letsel wordt vergoed
Indien iemand letsel oploopt als gevolg van een daad van terrorisme, dan worden deze kosten gewoon vergoed op grond van de basisverzekering.

Materiële schade
Door een daad van terrorisme kan iemand schade aan bijvoorbeeld zijn auto, woning of andere bezittingen oplopen. Vindt zo’n schade plaats, dan is het van belang of er voor het beschadigde object een verzekering was. Neem als voorbeeld een woning. Door de terroristische aanslag raakt de woning beschadigd. Indien de eigenaar geen opstalverzekering heeft, dan zal de eigenaar van de woning zijn schade moeten zien te verhalen op degene die de schade heeft veroorzaakt, dus de terroristen. Dit is in de praktijk in de meeste gevallen kansloos. Dat betekent dat de eigenaar van de woning de schade zelf zal moeten dragen. Dit geldt ook voor alle anderen die schade lijden zonder dat zij dit risico verzekerd hebben. Denk bijvoorbeeld aan de eigenaren van winkels in een gebied dat langere tijd afgesloten wordt in het kader van de terroristische aanslag.

Overlijdensrisicoverzekering
Ook bij overlijdensrisico speelt deze problematiek. Stel, er komen twee mensen om bij een terroristische aanslag. De een heeft wel een levensverzekering, de ander niet. De nabestaanden van de persoon die is overleden waarbij op diens leven geen overlijdensrisicoverzekering was afgesloten, kunnen geen beroep doen op een verzekering en zullen dus in beginsel geen uitkering ontvangen.

De nabestaanden van het andere slachtoffer kunnen wel een beroep doen op de levensverzekering maar zullen waarschijnlijk worden geconfronteerd met een uitsluiting voor overlijden als gevolg van terrorisme.

Er is wel een verzekering maar….
Heeft, in ons voorbeeld, de woningeigenaar wel een opstalverzekering, of de nabestaanden van de overleden persoon met een levensverzekering dan is de kans groot dat in de polisvoorwaarden is bepaald dat schade als gevolg van terrorisme van de normale dekking is uitgesloten.

Voor die situaties, dat er wel een verzekering is, maar deze een uitsluiting voor schade kent als gevolg van terrorisme, heeft de overheid samen met de Nederlandse verzekeringsmaatschappijen een vangnet ingesteld.

Een fonds van 1 miljard euro
Nederlandse verzekeringsmaatschappijen hebben samen met de overheid de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschade (NHT) opgericht. Dit fonds bezit een kapitaal van 1 miljard euro.

Sterk versimpeld komt de werking van het fonds op het volgende neer: alle verzekeraars die een verzoek tot uitkering ontvangen dat het gevolg is van een daad van terrorisme melden dit bij de NHT. Blijft de totale schade van alle verzekeraars in het betreffende jaar onder de 7,5 miljoen euro, dan betalen alle verzekeraars die een claim ontvingen deze zelf aan hun verzekerden.

Is de totale schade groter dan 7,5 miljoen euro dan krijgen de verzekeraars die claims ontvingen, een vergoeding van de NHT. Voor alle verzekeraars samen is deze vergoeding maximaal 1 miljard euro per jaar. Zijn er 10 verzekeringsmaatschappijen die ieder 10 miljoen aan schadeclaims hebben als gevolg van een daad van terrorisme, dan keert de NHT aan deze verzekeraars 100 miljoen euro uit en verevent dit bedrag met de bijdrage van de overheid en alle deelnemende verzekeraars. De slachtoffers met een verzekering ontvangen dan dus een volledige schadevergoeding.

Bij schade van meer dan een miljard euro
Door een daad van terrorisme kan de totale schade meer dan 1 miljard euro bedragen. In dat geval zullen ook de slachtoffers slechts een deel van hun schade vergoed krijgen. Stel dat de totale schade als gevolg van de daad van terrorisme 2 miljard euro bedraagt en de eigenaar van de woning heeft een schade van bijvoorbeeld 50.000 euro. De NHT heeft totaal 1 miljard ter beschikking terwijl de totale schade 2 miljard euro is. Dat heeft tot gevolg dat 50% van de schade vergoed wordt. De huiseigenaar met een opstalverzekering krijgt in dat geval 25.000 euro vergoed terwijl zijn schade 50.000 euro was.