Wat als iemand tijdens een teamsport door u letsel oploopt?

Over sporten gesproken: u gaat net even te laat van huis. U dreigt uw trein te missen. Bij het station neemt u een spurt. In volle vaart raakt u iemand die vervolgens ongelukkig komt te vallen, een beenbreuk oploopt en een aantal weken niet kan werken.

Aansprakelijk
In een situatie als hierboven geschetst zult u in het algemeen aansprakelijk zijn voor de schade van het slachtoffer. U heeft een onaanvaardbaar risico genomen door in een drukke stationshal te gaan rennen, met het risico iemand te raken en bent daarmee aansprakelijk voor deze schade. Indien u een Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren heeft, zal deze de schade vergoeden omdat u wel aansprakelijk bent, maar de ander niet met opzet heeft laten vallen.

Op het sportveld
Op het sportveld kan iets soortgelijks gebeuren. Een sprint, niet om de trein te halen, maar om als eerste bij de bal te zijn. Ook hier kunt u in aanraking komen met een medespeler die ongelukkig ten val komt en zijn been breekt. In die situatie zult u niet aansprakelijk zijn voor de schade die uw medespeler heeft opgelopen. De rechtspraak heeft namelijk uitgemaakt dat deelnemers aan een sport- of spelsituatie moeten accepteren dat in redelijkheid andere deelnemers gevaarlijke of verkeerd getimede handelingen kunnen verrichten waardoor zij schade oplopen. Je zou kunnen zeggen dat door aan een wedstrijd of spel deel te nemen alle deelnemers in zekere mate dit risico accepteren.

Mits normaal gedrag
Deze risico-acceptatie wordt aangenomen zolang er sprake is van een normale uitoefening van het spel. Maar is het spel afgelopen of worden er handelingen gepleegd die niet passen in de normale uitoefening van het spel dan zal bij schade de dader toch weer aansprakelijk kunnen zijn.

Overigens geldt dit ook voor de toeschouwer bij een voetbalwedstrijd die een bal vol in zijn gezicht krijgt, waardoor zijn dure bril kapot gaat. Komt de bal in het publiek tijdens de voetbalwedstrijd dan zal de voetballer die de bal schopte niet voor de schade aan de bril aansprakelijk zijn. Is het spel afgelopen en schopt een speler (waarschijnlijk omdat hij verloren heeft) de bal woest het publiek in, dan zal deze aansprakelijkheid er weer wel zijn.

Bestaande schulden beperken mogelijkheid om woning te kopen

Het advies aan jongeren die het plan hebben een woning te kopen: voorkom zo veel mogelijk het aangaan van schulden voordat de financiering van de woning rond is.

Uitgangspunt wetgever
In de afgelopen decennia kwam het veelvuldig voor dat mensen veel meer geld leenden voor de financiering van een woning dan eigenlijk verantwoord was. Dit noemt men “overkreditering”. Overkreditering kan dramatische gevolgen hebben waar gezinnen jaren onder lijden. Vooral wanneer de woning uiteindelijk gedwongen wordt verkocht en de eigenaren met een restschuld blijven zitten, terwijl ze vervolgens ook nog eens “duur” een woning moeten gaan huren.

De wetgever heeft hard ingegrepen. Aan geldverstrekkers, maar ook aan financieel adviseurs zoals wij, zijn vergaande, wettelijke eisen opgelegd om het risico van overkreditering tegen te gaan.

Dat heeft ertoe geleid dat er, simpel gezegd, allerlei tabellen en normen zijn die aangeven bij welk inkomen welk bedrag nog verantwoord kan worden geleend. Bovendien moet rekening worden gehouden met bestaande financiële schulden, waarbij vrijwel elke schuld het bedrag dat nog kan worden geleend verder verlaagt.

Studieschuld en hypotheek
Zo’n bestaande schuld bij jongeren is vaak de studiefinanciering. Tot nu toe geldt dat de geldverstrekker wel vraagt of er sprake is van een schuld op grond van de studiefinanciering. Echter, de geldverstrekker heeft geen mogelijkheden om te controleren of het antwoord dat op deze vraag wordt gegeven, ook correct is. Anders dan bijvoorbeeld schulden bij een bank of een postorderbedrijf staan studieschulden niet geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie. De geldverstrekker heeft niet de bevoegdheid om bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) het antwoord te controleren.

Wel of niet opgeven van een studieschuld heeft echter aanzienlijke gevolgen voor het bedrag dat de geldverstrekker mag uitlenen. Dateert de studieschuld van voor 1 juli 2015, dan kan het wel of niet hebben van “slechts” een studieschuld van €15.000 bij een inkomen van rond de €33.000 al betekenen dat je met een studieschuld nog maar €154.000 voor de financiering van de woning kunt lenen en zonder studiefinanciering €181.000.

Omdat de geldverstrekker de juistheid van het antwoord op de vraag “heeft u studieschulden?” niet kon controleren, kwam het regelmatig voor dat op deze vraag geen correct antwoord werd gegeven.

Het kabinet heeft nu het voornemen om het mogelijk te maken dat mensen aan DUO een verklaring kunnen vragen of er wel of geen studieschuld is. Geldverstrekkers krijgen geen direct inzicht in de systemen van DUO. Door de consument zelf zo’n verklaring bij DUO te laten opvragen, kunnen geldverstrekkers als voorwaarde voor de lening een kopie van zo’n verklaring eisen. Op deze manier krijgt men toch zekerheid of er wel of geen studieschuld is.

Leaseauto en telefoonabonnementen
Ook de particulier geleasede auto en de aanschaf van een telefoon die via een abonnement wordt gefinancierd zijn schulden die in het kader van een hypotheekaanvraag zichtbaar worden en hebben het gevolg dat het bedrag dat geleend kan worden lager en lager wordt.

In de praktijk leidt dit ertoe dat, als gevolg van de hogere vraagprijzen, vooral jongeren vaak niet het benodigde bedrag voor de financiering van de aankoop van een woning kunnen lenen.

In de huidige markt doen jongeren die een woning willen kopen er dan ook verstandig aan om, voordat de financiering rond is, zo min mogelijk schulden aan te gaan en bestaande schulden zo veel mogelijk af te lossen. Ouders die de mogelijkheid hebben om hun kinderen financieel te helpen kunnen dit, fiscaal aantrekkelijk, doen via schenkingsconstructies. De schenking kan worden gebruikt om bestaande schulden af te lossen of om een deel van de aankoopprijs van de woning te financieren waardoor er minder geleend hoeft te worden bij de geldverstrekker.

Wilt u voor u zelf of voor uw kinderen hierover advies? Dat kan! Wanneer u ons belt of mailt dan maken wij hiervoor graag tijd.

Asbest: Wat als iets niet te verzekeren is?

Er is alle reden om bij de aankoop van een woning of gebouw gedegen te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. Wij leggen dit uit aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk.

Asbestdelen zijn gevaarlijk
In gebouwen en daken van woningen is in het verleden veelvuldig asbesthoudend materiaal verwerkt. Asbest heeft een sterk brandvertragende werking. In vaste vorm levert asbest geen gevaar op voor de gezondheid. Maar zodra asbest in losse deeltjes uiteenvalt, kan dit vele jaren nadat iemand hiermee in aanraking is gekomen tot dodelijke ziektes leiden. In Nederland sterven naar schatting jaarlijks 1.600 mensen aan ziektes als gevolg van contact met asbest.

Bij brand komt asbest vrij
Indien bij een brand van een gebouw asbest vrijkomt, dan zullen asbestdelen over een groter gebied uitwaaieren. Gelet op het risico voor de gezondheid moeten al deze losse delen opgeruimd worden. De kosten hiervan zijn over het algemeen zeer fors. Bij woningen zijn deze opruimingskosten meestal meeverzekerd. Maar bij panden die bedrijfsmatig in gebruik zijn, zijn verzekeraars steeds minder bereid alle kosten voor hun rekening te nemen.

De overheid wilde asbestdaken verbieden. De Tweede Kamer was al akkoord met een wet die eigenaren zou dwingen om binnen een aantal jaren alle asbestdaken te verwijderen. Op het laatste moment heeft de Eerste Kamer deze wet tegengehouden. Hierdoor is niet duidelijk of en zo ja wanneer er opnieuw een traject wordt gestart om bij wet af te dwingen dat asbestdaken worden vervangen.

Pand met asbest gekocht. Wat nu?
Een praktijkvoorbeeld: Een relatie koopt een bedrijfspand. Pas na aankoop ontdekt de koper dat in het pand op diverse plaatsen asbest is verwerkt. De nieuwe eigenaar wil natuurlijk het pand tegen brand verzekeren. De ene na de andere verzekeraar weigert echter dit risico te accepteren. Het lukt de relatie niet om een normale brandverzekering tegen normale tarieven af te sluiten.

Met heel veel inspanning lukt het om een verzekeringsmaatschappij bereid te vinden uit coulance voor een periode van twee jaar dit pand tegen de risico’s van brand te verzekeren. Daarmee heeft de relatie binnen deze periode een voor hem belangrijke zekerheid gekregen en tegelijkertijd ook de druk om binnen twee jaar al het asbest uit zijn pand te verwijderen!

Advies: doe goed onderzoek
Het klinkt als een voor de hand liggend advies: gaat u een pand kopen, laat dit dan bouwkundig goed onderzoeken voordat u de koop afsluit. Kijk niet alleen naar de vraag of in het pand asbest verwerkt is, maar ook naar zaken als de kwaliteit van de funderingen. Naar schatting rond 1 miljoen woningen hebben op dit moment door droogte en aardbevingen problemen met de funderingen.

Asbest, funderingsproblemen, zwamvorming. Het zijn allemaal zaken die tot hoge kosten kunnen leiden. Dat is niet erg wanneer bij het bepalen van de koopsom van het pand hiermee rekening is gehouden. Maar het is de bekende “kat in de zak” indien pas na aankoop dit soort zaken wordt ontdekt. Daarom ons advies om altijd een bouwkundige keuring uit te laten voeren voordat u een woning of gebouw koopt.

Wat als u uw woning gedwongen moet verlaten?

Het komt dagelijks voor. Een consument die naar een bank of financieel adviseur gaat voor een hypotheek waarmee de aankoop van een woning kan worden gefinancierd. De wet stelt allerlei eisen hoe tot een verantwoord advies moet worden gekomen. Een van de eisen is dat de adviseur aandacht schenkt aan de mogelijkheid dat door voortijdig overlijden van een van de partners een inkomen wegvalt waardoor de achterblijvende partner niet langer de woonlasten kan opbrengen.

Waarde van de woning is voldoende. Nou en?
Als adviseur herkennen wij het beeld. Twee mensen die met elkaar een woning willen kopen. Beiden kijken positief naar de toekomst. Ze willen niet denken aan de mogelijkheid dat een van beiden voortijdig komt te overlijden en redeneren “dat kan voorkomen; bij anderen maar niet bij ons”. De adviseur die het onderwerp “risico van vooroverlijden” aanroert, merkt in het algemeen weinig bereidheid bij de gesprekspartners om dit onderwerp te bespreken. Het stel hoort de informatie van de adviseur dat, indien een van beiden komt te overlijden, het pand verkocht zal moeten worden om de hypotheek af te lossen, ongeduldig aan. De adviseur weet toch dat zij niet van plan zijn binnen afzienbare termijn te overlijden? En dan nog. Indien de waarde van de woning bij verkoop hoger is dan het restant van de hypotheek, wat is dan het probleem? De lening kan dan toch prima afgelost worden.

Niet de woning is het probleem maar het wonen
Inderdaad. De lening kan met de verkoop van de woning worden afgelost. Maar de echte vraag is waar de langstlevende partner met eventueel de kinderen daarna moet gaan wonen. De mogelijkheid een andere woning te kopen hangt af van het bestendige inkomen van de langstlevende partner. Is een dergelijk inkomen er al, dan zal dat bijna altijd lager zijn dan het inkomen dat beide partners samen hadden. Een lager inkomen betekent een lagere hypotheek. In veel gevallen zal blijken dat voor deze lage hypotheek geen passende woning te koop is.

Huren dan? Is de langstlevende partner aangewezen op een sociale huurwoning dan moet rekening worden gehouden met lange wachtlijsten. Zoeken in de vrije sector dan? Dat kan. Maar op dit moment zijn de prijzen voor huurwoningen in de vrije sector in veel gevallen een stuk hoger dan de hypotheeklasten bij aankoop van een woning. En die hypotheeklasten waren al niet te financieren. Laat staan een nog hogere huur.

Kortom: het gaat bij vooroverlijden van een van de partners niet zozeer om de vraag hoe de hypotheek wordt afgelost, maar om de vraag waar de langstlevende partner met eventuele kinderen gaat wonen!

Een overlijdensrisicoverzekering is de oplossing
Dit soort problemen kunnen eenvoudig worden voorkomen door als partners over en weer een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Omdat de kans op een vroeg overlijden klein is, zijn de premies voor deze verzekeringen laag. Voor een paar euro per maand kan al de zekerheid worden verkregen dat indien het lot toch toeslaat, de nabestaanden een kapitaal uitgekeerd krijgen waardoor zij in de koop- of huurwoning kunnen blijven wonen.

Ons aanbod
Of u nu huurder van uw woning bent of eigenaar, wij bieden u aan om te onderzoeken of er na het overlijden van een van de partners voldoende kapitaal is om de nabestaanden in de woning te laten blijven wonen. Lukt dit niet, dan kunnen wij kijken of een overlijdensrisicoverzekering uitkomst biedt. Sommige dingen moet je niet uitstellen. Zorgen voor continuïteit van wonen voor u en uw gezin is hier een van.