Uitkeringen bij pensioenfondsen staan onder druk

Bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds zijn bijna drie miljoen mensen aangesloten. Begin mei maakte het fonds bekend dat er in de komende jaren waarschijnlijk gekort gaat worden op de pensioenuitkeringen. Geen goed nieuws dus voor de mensen die bij dit fonds verplicht verzekerd zijn voor hun oude dag.

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, ABP, is een pensioenfonds voor ambtenaren en mensen uit het onderwijs. Bij het pensioenfonds zijn bijna drie miljoen mensen aangesloten.

In het onlangs uitgekomen jaarverslag maakt het ABP bekend dat deelnemers er rekening mee moeten houden dat de pensioenuitkeringen, ook die nu al zijn ingegaan, in de komende jaren verlaagd zullen worden.

Dekkingsgraad wordt te laag
Een pensioenfonds heeft tot doel om haar deelnemers na pensionering maandelijks een bedrag uit te keren waarmee de deelnemer in de kosten van het levensonderhoud kan voorzien. Tijdens de periode dat de deelnemer werkt, wordt een deel van het salaris aan het pensioenfonds afgedragen. In de kern is de gedachte dat de premies die zijn afgedragen samen met de rendementen die het fonds over deze ingelegde gelden heeft behaald, voldoende zullen zijn om na pensionering levenslang de deelnemer een uitkering te verlenen.

Sterk versimpeld moet het pensioenfonds dus altijd een eigen vermogen hebben dat voldoende is om aan haar toekomstige verplichtingen te voldoen. Dit wordt ook wel de dekkingsgraad genoemd. Is de dekkingsgraad 100 % dan is er dus exact voldoende vermogen in het fonds om in de toekomst aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Nu klinkt 100% mooi maar bij verzekeraars en pensioenfondsen wordt dit algemeen als zeer laag ervaren. Bij veel levensverzekeraars, die net als pensioenfondsen moeten reserveren, ligt de solvabiliteit vaak ruim boven de 150%.

In deze vereenvoudigde uitleg van de werkelijkheid zijn er twee zaken die van invloed zijn op de vraag of het pensioenfonds voldoende vermogen opbouwt. Aan de inkomstenkant telt vooral het rendement dat wordt behaald over de premies die de deelnemer gedurende de vele werkzame jaren inlegt. Langdurig lage rentes op staatsobligaties, zoals we nu al een aantal jaren zien, zetten dit rendement onder druk.

Aan de uitgavenkant is er een ongunstig effect wanneer deelnemers ouder worden dan waarmee in het verleden bij het vaststellen van de premies rekening is gehouden. Door betere voeding en aandacht voor gezondheid, maar ook door de medische ontwikkelingen neemt de gemiddelde levensverwachting van de bevolking in Nederland van jaar tot jaar toe. Voor nieuwe deelnemers kan het fonds bij het bepalen van de premie hiermee rekening houden. Met de premies die in het verleden zijn vastgesteld komt het fonds nu tekort.

Dekkingsgraad ABP
Op 31 maart van dit jaar bleek de dekkingsgraad van het ABP te liggen op 102,4%. Op zich voldoende om aan haar toekomstige verplichtingen te voldoen. Maar erg veel ruimte is er niet. In het jaarverslag staat te lezen dat indien de ontwikkelingen tegenzitten op het eind van dit jaar de dekkingsgraad rond de 90% kan komen te liggen. Is dit het geval dan zullen mogelijk al in 2020 kortingen op bestaande pensioenen moeten worden doorgevoerd.

Situatie bij ABP is niet uniek
De situatie bij het ABP is niet uniek. Andere pensioenfondsen hebben met dezelfde problemen te maken. Waar werkenden hun salaris over het algemeen jaarlijks (iets) zien stijgen, is de kans klein dat in de komende tijd gepensioneerden hun pensioenuitkering ook zullen zien stijgen op een zodanige manier dat tenminste de inflatie wordt bijgehouden en daarmee de koopkracht van het pensioen in stand blijft.

Situatie bij levensverzekeringen is anders
Waar bij een pensioenfonds het bestuur tot kortingen kan besluiten, ligt dit anders bij een verzekering die u voor uw pensioen bij een levensverzekeraar heeft gesloten. Hier is sprake van een individueel contract tussen u en de levensverzekeraar. In dit contract verplicht de verzekeraar op een bepaald moment (uw pensioendatum) u een bepaalde uitkering te doen. Ook de particuliere verzekeraar kan geconfronteerd worden met tegenvallend rendement en stijgende levensverwachtingen. Het verschil met een pensioenfonds is dat een levensverzekeraar ook dan gewoon moet voldoen aan haar verplichtingen die met u zijn afgesproken. Dat, achteraf bezien, de verzekeraar hierop verlies lijdt is dan jammer.  Dat verlies moet de verzekeraar dan maar financieren uit de andere activiteiten die wel renderen.

Het is daarom voor u een veilig idee wanneer u verzekeringen heeft afgesloten bij een verzekeraar die ruime solvabiliteit heeft en dus aan haar verplichtingen kan voldoen.

Indien ons kantoor u adviseert een verzekering onder te brengen bij een bepaalde verzekeraar dan is de beoordeling van de solvabiliteit van de verzekeraar die wij adviseren een van de onderdelen waarop wij letten. Anders dan een werknemer die zich verplicht bij een bepaald pensioenfonds moet aansluiten, heeft u bij particuliere verzekeraars een eigen keuze. De mate waarin de verzekeraar op dit moment aan haar verplichtingen in de toekomst kan voldoen, is daarmee een van de zaken waarvan het verstandig is de keuze voor een bepaalde verzekeraar op te baseren.

Wilt u uw pensioensituatie eens goed in beeld krijgen?
Wij merken dat veel relaties door alle ontwikkelingen op het gebied van AOW, pensioenfondsen en particuliere pensioenverzekeringen het beeld kwijt zijn wat dit allemaal voor hun individuele situatie betekent. Wanneer u geen helder beeld voor ogen heeft wanneer uw pensioen exact ingaat en welk inkomen u dan kunt verwachten, dan adviseren wij u contact met ons op te nemen. Wij zullen dit graag voor u uitzoeken en vervolgens onze bevindingen in een duidelijk overzicht aan u laten zien.